Nepsupporter

Ik moet iets bekennen. Ik ben een nepsupporter. Tegen wil en dank, hoor. Begrijp me niet verkeerd; ik zou niets liever willen dan het niet zijn. Maar het kost me dit seizoen veel meer moeite om betrokken te blijven bij m’n club dan ik toe zou willen geven.

Er waren tijden dat ik het speelschema voor de komende drie maanden kon dromen. Dat RKC-thuis het belangrijkste moment van mijn week was, vierdubbel rood omcirkeld in de agenda. Afgelopen weekend moest ik een uur voor de aftrap eraan worden herinnerd dat we tegen VVV gingen voetballen.

Verslavend 

Oké, dat had natuurlijk ook wat te maken met die onorthodoxe speeltijd. Zaterdag half vijf? We zijn toch potdorie FC Lienden niet? En vooruit, eerlijk is eerlijk; de resultaten helpen ook niet mee. Spelen om plek vier is zelfs voor de ekste-ekte minder aantrekkelijk dan een titelrace. Maar een pot als PSV-uit, die zou normaal gesproken de hele week in beslag nemen, ergens tussen voorpret en vrees. Maar nu? Ik ben bij het typen van deze zin alweer vergeten hoe laat de aftrap is.

Deze week doen we het een jaar zonder volle Kuip, en zelfs nog langer zonder volle uitvakken. En met de week laat zich meer voelen hoe verslavend die twee dingen zijn. Vroeger waren de radioverslagen van Rijnmond en Radio 1 ruim voldoende voor mijn ‘fix’, later de tv-uitzendingen op de telkens van naam wisselende zenders. Maar wie eraan gewend is wekelijks het gras en schrale lightbier te ruiken, in massa’s te dansen, te schreeuwen, te janken, te juichen; die wil nooit meer terug naar huis. Kán niet meer terug.

Laf cynisme

Maar dit seizoen moet het, veel langer dan we hadden gehoopt. En het beangstigt me om te merken dat het me dus steeds minder doet. Hoe hard ik ook probeer. Het oprechte verheugen maakt tegenwoordig steeds vroeger in de week plaats voor laf cynisme, zoekend naar een slap excuus, dat zou moeten rechtvaardigen wat ik niet onder ogen durf te zien; dat het me eigenlijk gewoon niet zo veel meer boeit. “Jezus, staat Spajic weer in de basis? Nou, dan hoef ik niet te kijken!”

Natuurlijk kijk ik dan wel, natuurlijk juich ik voor de goals, natuurlijk baal ik van puntverlies. Maar het is zoals alles tegenwoordig is: van een afstandje, met een spatscherm ertussen. Het doet me twijfelen aan mijn supporterschap: bén ik wel zo fanatiek als ik altijd heb gedacht? Zit het rood-wit wel écht zo diep in me als ik steeds heb gevoeld?

Einde aan de LAT-relatie

Ik weet dat het antwoord op die vragen ja is, alleen al omdat ik er nu al ruim 400 woorden aan heb vuil gemaakt om mezelf te verdedigen tegen een beschuldiging die niemand heeft gemaakt. Maar ik zal niet de enige zijn die moeite heeft met deze LAT-relatie. Het zou zomaar een extra obstakel kunnen vormen in de aankomende campagne om af te zien van restitutie, en dat voor een club die het geld zó hard kan gebruiken.

Het schijnt dat minister Hugo de Jonge een Feyenoorder is. Nou, hij kan de club nu redden. Vaccineer alle seizoenkaarthouders maar als eerste, en laat ons als de donder de stadions weer in. Alleen samen krijgen we PSV, Ajax en AZ er volgend seizoen onder, Huug. Dus kom maar door. Beschermd tegen corona, eindelijk weer écht besmet met het Feyenoord-virus.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *