Over ons

Johan Kein Geloel

Johan Brinkel

Het was vaste prik wanneer mijn ouders er een avondje niet waren. Buurmeisje Nancy paste samen met haar vriend Berry op mij en mijn broertje. Berry nam altijd zijn Sega Megadrive mee. We speelden potjes FIFA, terwijl Berry vol lof over ‘zijn’ Feyenoord sprak. Voor mijn verjaardag in 1994 gaf hij me een kaartje voor de thuiswedstrijd tegen VVV. Als tienjarig mannetje ging ik het imponerende stadion in, hoorde een heel vak ‘oude lul’ tegen een bewust persoon zingen en belangrijker: Feyenoord won met 5-0. De rest was geschiedenis. Ik werd verliefd op de club, die me vanaf dat moment elke dag in zijn greep houdt.

Wesley Kein Geloel

Wesley van Oevelen

Daar stond ik dan met een Feyenoord-shirtje in m’n handen, vlak voor het Champions League-duel met Newcastle United. Het was herfst in 2002, slechts een paar maanden nadat Feyenoord de UEFA CUP won. Ik was een pikkie van tien jaar en mocht aan de hand van de spelers mee het veld oplopen. Je raadt het al, aan de hand van een Newcastle-speler. Alleen als je een Newcastle-shirt kreeg uitgedeeld, mocht je met een Feyenoorder lopen. Dus niet aan die van Pierre, Shinji of Paul. Nadat kort de krokodillentranen over m’n wangen biggelden, werd ik al snel getroost door het heilige gras waar ik overheen mocht lopen en de rauwe sfeer in de moeder aller stadions. Feyenoord verloor die zinderende wedstrijd, maar mijn liefde voor de club groeide met een nog niet uitgevonden eenheid. Oh, en die speler met wie ik het veld op mocht lopen? Die geeft nu wekelijks commentaar bij BBC Match of the Day. Ene Alan Shearer, ofzo.

Rob Kein Geloel

Rob van Elewout

Mijn eerste echte herinnering aan Feyenoord is een aparte. Het was een oefenwedstrijd in en tegen Gent. Als klein jongetje, ik zat nog op de basisschool, mocht ik met mijn oom mee. Mijn vuurdoop en direct een awayday. Vriendschappelijk, maar daar was niks van te merken. Van de wedstrijd zelf weet ik werkelijk niets meer, maar alles eromheen – het vuurwerk, het keiharde gezang, de baldadigheid (op z’n zachtst gezegd) en de mensenmassa – maakte diepe indruk. Mijn persoonlijke Feyenoord-gevoel is lastig in woorden uit te drukken. In ieder geval maakt het iets unieks in me los. Op niks of niemand kan ik zo boos, verliefd of gefrustreerd worden als op Feyenoord. Laten we zeggen dat het mijn lontje aanzienlijk korter maakt en m’n verliefdheid des te groter.

kein-geloel-freek-768x768

Freek Verhulst

8 jaar oud was ik. Haartjes nat, in Feyenoord-pyjama, -sokken en -onderbroek op de bank om Feyenoord de UEFA Cup te zien winnen; ik weet het nog tot in de kleinste details. Als de dag van gisteren. Ik herinner me nog minstens zo goed hoe ik een maand ervoor huilend en schreeuwend naar m’n kamer was gerend, toen ik op Teletekst moest lezen dat Feyenoord van nota bene De Graafschap had verloren. Ik haal me de spanning van het handtekeningen jagen bij de eerste training nog zo voor de geest. De euforie als het lukte: Julio Ricardo Cruz die mij tijdens het zetten van zijn krabbel beloofde dat hij bij Feyenoord bleef. Minstens zo helder: de totale ontreddering toen hij een paar dagen later toch in Italië zat. Feyenoord leerde me al heel vroeg heel veel over het leven en over mezelf. Maar na al die jaren van extremen, voel ik nog steeds precies evenveel; of Berghuis de bal nou in de kruising schildert, of Narsingh ‘m de tribunes in blaft. Ik geloof dat dát echte liefde is.