Alsof Willem mijn eigen vader is

Waarschijnlijk ben ik de tienduizendste persoon die deze week iéts over Willem van Hanegem op papier zet. Deze week verschenen op Rijnmond, in Andere Tijden Sport op FOX en het AD prachtige documentaires over zijn fenomenale linkerbeen, zijn verschrikkelijk slechte ogen, zijn eigenaardigheden en zijn persoon. Allemaal even mooi, grappig of ontroerend. Het mooie en gekke tegelijk is dat ik, als ik even voor mezelf spreek, het gevoel heb dat ik Van Hanegem goed ken. Stiekem zou ik graag gewoon eens met hem aan een tafel zitten en praten over de alledaagse dingen in het leven. 

Voetbal vind ik dan misschien niet eens het meest interessante. Ik zou het met hem willen hebben over wat voor eten we lekker vinden, welke hobby’s we delen en wat we van de wereld hebben gezien, bijvoorbeeld. Van Hanegem lijkt me een fantastisch mens, met een hart dat tot op de micromillimeter op de goede plek zit. En hij raakt me als weinig anderen, als ik hem hoor over een blind jongetje langs de zijlijn op een training, of over Ernst Happel. Sommigen, en dat zijn er echt maar een paar, kunnen je op zo’n manier raken dat je zijn emotie volledig overneemt. Ik heb dat met hem.

Bresjes

Van Hanegem is geboren in Breskens, in Zeeuws-Vlaanderen. Ik groeide hemelsbreed acht kilometer verder op, in Middelburg. Op zaterdagen moesten wij vaak naar ‘de overkant’, zoals wij Zeeuws-Vlaanderen noemden, om te voetballen. Dat was een feestje, want dan mochten we met de boot van Vlissingen naar ‘Bresjes’. De papperige PSD-kroketten (vernoemd naar de veermaatschappij) waren vaste prik. In Zeeland weet nagenoeg iedereen dat Van Hanegem in Breskens is geboren. Dus telkens als we er voet aan wal zetten, dacht ik even aan hem. Dat was in de periode dat hij net trainer-af was bij Feyenoord. Ik was een jaar of 10, 11 hooguit. 

Vlakbij de veerpont vind je de algemene begraafplaats van Breskens, waar een apart gedeelte is ingericht ter nagedachtenis aan de door het bombardement op Breskens (september 1944) omgekomen dorpsgenoten. Een van de namen: Jacobus ‘Lo’ van Hanegem, Willems vader. Hij redde het leven van Ben de Pauw. Niemand zal hem kennen, maar dat was in de Tweede Wereldoorlog een klein mannetje, waarover pa Van Hanegem zich tijdens de bommenregen ontfermde. Lo overleefde het – net als de zus en broer van Willem – niet. Lo is nu een held in Breskens. Willem was toen een half jaar oud. 

Tranen

Ik weet, en dat is geen geheim, dat Van Hanegem niet graag over die periode praat. Dat hij lange tijd de grootste moeite met Duitsers heeft gehad tijdens zijn carrière. Ook Rijnmond besteedde er aandacht aan in de Van Hanegem-special die deze week werd uitgezonden. Naast de mooie beelden van hem als speler, als trainer en als opa in Blijdorp, deed deze episode me het meest. De tranen stonden letterlijk in mijn ogen. En ik vroeg me af waarom. 

Een deel van het antwoord is simpel: ik ben een emotioneel mens wiens traanvocht erg aan de oppervlakte ligt opgeslagen. Laat me een reclame zien waar twee chimpansees elkaar vlooien en ik heb een brok in mijn keel. Als oprechte mensen huilen, huil ik een beetje mee. Soms letterlijk, zoals toen Ronald Koeman over het overlijden van zijn vader vertelde, een paar jaar geleden. 

Vader

Dat laatste is misschien wel een tweede deel van het antwoord. Ik heb sinds mijn vijfde geen vader meer en ben nu de 30 gepasseerd. Ik word bewuster van het leven en denk vaker terug aan vroeger. Mijn herinneringen aan mijn vader, die ziek was, zijn er niet in overvloed. Gelukkig was hij een van de eerste fans van de videorecorder, waardoor er bij mijn moeder ontzettend waardevol beeldmateriaal ligt. Godzijdank heb ik die, want voor heel veel echte herinneringen was ik simpelweg nog wat te jong. Maar de laatste jaren mis ik hem meer dan voorheen. Ik zou het geweldig vinden als ik met hem naar de Kuip zou kunnen of hem – decennia na zijn dood – de wereld van internet en social media uit zou kunnen leggen. Er is tenslotte sinds hij er niet meer is gigantisch veel veranderd. 

Van Hanegem heeft nu de leeftijd die mijn vader ook ongeveer zou hebben. Misschien daarom dat ik (onbewust) zo veel gevoel bij hem heb, dat ik eigenlijk graag met hem aan een tafeltje zou willen zitten en eindeloos kletsen. Alsof het mijn eigen vader is. Ik vind het confronterend dat De Kromme nu 75 jaar is en er een tijd gaat komen, als het goed is, dat hij er niet meer is en ik nog wel. Hij heeft een prachtige leeftijd bereikt, kanker overleefd en komt nog ontzettend kwiek, scherp en lief over.

Ik hoop dat hij zo nog tientallen jaren bij ons blijft. Dat hij nog honderden keren de spijker op z’n kop slaat in zijn wekelijkse column in AD Sportwereld, dat hij zo nu en dan aan talkshow-tafels aanschuift, of desnoods bij Harry Mens tegen beter weten in het verschil tussen een gele en een rode kaart uitlegt. En bovenal hoop ik dat mensen binnen Feyenoord, maar ook supporters, hem nog wat serieuzer gaan nemen en hem niet wegzetten als oude bromsnor, want dat is wel het laatste wat je over Van Hanegem mag zeggen

– Rob.