Alleen voor Van Persie speel ik even EOD'tje

Het leven van een Feyenoordsupporter anno 2019 is een innerlijke worsteling. In de laatste aflevering van Kein Geloel bespraken m’n vrienden Johan, Freek en Wesley de pikzwarte wolken die de clubleiding boven het Maasgebouw laat hangen. Bijvoorbeeld door een viersporenbeleid (luister even naar Johan) of door de in moordend tempo gecreëerde afstand tussen het bestuur en de supporters (luister even naar Freeks aftrap).

En dan is er zo’n bekeravond, in een week waar we ons kapot zoeken naar een sprankje hoop. Die hoop vinden we gek genoeg altijd. Tenminste, laat ik voor mezelf spreken. Zes dagen lang zie ik op tegen wéér een vermoedelijke teleurstelling, en op de zevende dag schep ik plots vertrouwen en een hebzuchtig verlangen. Dat we ze nu eindelijk gaan pakken, vermorzelen, verrassen. 

Fotoshop

Enfin, die bekerwedstrijd dus. Hét podium om in zo’n kloteseizoen je innerlijke worsteling even flink aan te wakkeren. Geen Feyenoordsupporter is zelfkastijding vreemd. Mij zeker niet. Je moet er namelijk toch niet aan denken dat we aan het einde van het jaar wéér met die dennenappel omhoog staan en op een regenachtige maandagochtend op de Coolsingel een carnavalsversie van You’ll Never Walk Alone aan moeten horen. Overal die lachende gezichten, want weer een prijs. Die zwarte wolken vakkundig eventjes weggefotoshopt. 

Zonder dollen: de beker mag nóóit een excuus zijn voor een seizoen waar we PSV en Ajax mijlenver voor ons dulden, maar dat gesprek hebben we ook in de podcast eindeloos gevoerd. Het gebeurt toch. Het is kort succes en verblindt klaarblijkelijk de clubleiding zodanig dat er van structurele koersverandering (bijvoorbeeld door de jeugd – bij gebrek aan Champions League-miljoenen – prioriteit te geven en kapitaal te kweken) geen sprake is. Kortom: die beker kunnen we  beter eens niet winnen, de bezem door het Maasgebouw, even grondig reinigen die handel. Aldus mijn destructieve (doch wederopbouwende) ik.

EOD

Maar toen was daar Robin van Persie. Sportjournalisten tuimelden woensdagavond na het bekerduel tegen Fortuna over elkaar heen om RvP haast mythische proporties aan te meten. En dat is verdomme terecht ook. In zijn eentje drie klassen beter dan de andere 21 spelers. Verdedigers die oprecht trots zijn dat ze in hun voetballeven tegen Van Persie mogen spelen. Dat ze aan zijn shirtje mogen trekken, aan hem mogen hangen of – als ze toevallig niet in de buurt staan – even mogen genieten van zijn wereldklasse. En ja, hij kraakt en steunt soms, maar een antieke Stradivarius klinkt nog altijd veel mooier dan een fabrieksviooltje uit Oost-Duitsland.

Dit is het laatste bekertoernooi voor Van Persie. Hijzelf glunderde toen hem naar het belang van de beker werd gevraagd. ‘Ik heb hem nog nooit gewonnen’, sprak een hongerige Kralinger vorig jaar, die jarenlang trofeeën verzamelde in Engeland. Hij wilde hem dolgraag pakken, en dit jaar gun ik hem dat nog een beetje meer. Ik wil dat hij ergens dit voorjaar als aanvoerder in de Kuip de beker omhoog houdt. Alleen voor Van Persie speel ik even EOD’tje, en ontmantel ik hoogstpersoonlijk de bom die ergens rond de Kuip ligt door te tikken.

En zondag. Zondag speelt Van Persie zijn laatste Klassieker, althans sowieso in de competitie. Hoewel ik nog niet op mijn zevende dag zit, voel ik een ontembaar verlangen en gigantische hoop. Dat RVP na een zinderende Feyenoord – Ajax in een kolkende Kuip zijn aanvoerdersband afdoet en vlak voor tijd als een absolute keizer van het mooiste gras ter wereld stapt, dat we ons een hernia klappen, een keelontsteking schreeuwen en alle puinhopen van ons cluppie heel eventjes bevriezen. Dat is wel het minste wat we kunnen doen. 

 

– Rob.