Brandgaatjes

We doen weer een beetje mee. Het seizoen heeft weer wat kleur op de wangen. We doen nog mee in de beker en hebben de nummer 4, die ongeveer wekelijks verandert, ver achter ons gelaten. En we kunnen zelfs ietsiepietsie omhoog kijken. Ik zal de laatste zijn die roept dat we weer volop meedoen, maar dat is wel eventjes door mijn hoofd geschoten. Fijn. Zo laat mogelijk afhaken of toch voor een verrassing zorgen. Wie weet. 

Wellicht zijn het de feestdagen die me wat positiever stemmen dan normaal. Maar hoe somber en donker ik mijn cluppie zag, pakweg een maand geleden, zo positief ben ik nu. Nogmaals: we worden niet lachend kampioen, maar het idee dat je nog een beetje meedoet, vind ik al meer dan ik had verwacht. 

Reclame

En wat hadden we die overwinning op PSV nodig, hè? Was het wedstrijd 32 van de competitie, was ik er niet rouwig om geweest de puntjes te laten liggen. Maar zeker nu hadden we het keihard nodig. Ik kan de beelden van de opkomst als een klein kind eindeloos vaak terugkijken. Die vlaggenzee, groen-wit-groen, waar de trots voor Rotterdam en Feyenoord werkelijk vanaf spat. De gigantische pyro rondom vak S: waanzinnig. Beelden die de wereld over gaan en sowieso pure reclame zijn voor de club en de Kuip. 

Het paste perfect in zo’n wedstrijd. We hielden ons krampachtig, met een paar vingers vast, terwijl de rest van ons lichaam bungelde boven een gigantische afgrond. Maar we klommen op. Is pyro + vlaggen = winst een Einstein-formule? Nee, maar het helpt wel. Niet alleen voor de 3 puntjes, maar vooral voor het gevoel rondom de club. We zijn weer eens imposant in beeld, in een seizoen waar niemand over ons sprak. Kleurloos waren we, en dat is nog veel erger dan dat je in de schijnwerpers staat omdat het crisis is. 

Dankzij de pyro doen we er weer even toe, dames en heren. En deze tegen PSV was natuurlijk niet de eerste. Napoli-thuis was er zo een. Die overwinning was sowieso fraai, maar niet in de laatste plaats vanwege die vlammenzee op de tribune, vlak voor tijd. De pyro-acties in de uitvakken in ons kampioensjaar (het ‘We houden van die club’ in spandoeken), waar de NOS nog een prachtige compilatie van maakte, maakte landelijk indruk.^

Proost 

En zelfs internationaal worden we erom geroemd. Serieus waar. Ik heb het zelf meegemaakt. In de zomer van 2017 was ik in Kroatië op vakantie. Een eilandje helemaal in het zuiden, ver van alle toeristen. Aan een standje zaten we te genieten van een briesje, een biertje en het uitzicht. Ik had mijn Feyenoord-shirt aan. Een Kroatische ober kwam naar ons tafeltje, of we wat wilden bestellen. Toen hij terugkwam met onze drankjes, zette hij er een plastic fles bij. Daar zat iets onbeduidends in. Voor mijn gevoel was het benzine. Volgens mijn smaakpapillen ook. 

Hij schonk drie glaasjes in. Ik vroeg me af waar wij dit aan te danken hadden. ,,Cheers to your club. Congratulations!’’ Mijn glimlach kon niet breder. Iemand uit een minidorpje in het zuiden van Kroatië heeft Feyenoord – Heracles gezien. En dat niet alleen, bleek later. Hij heeft uren op YouTube de beelden van de ongeëvenaarde feesten in de stad bekeken. ,,It was a big party, right? I loved it! Especially all the fireworks and happy people. After so long, beautiful!’’. We proostten op het kampioenschap en ik was apetrots. Een beetje als vroeger, toen Sinterklaas je precies uit het grote boek wist te vertellen wat je allemaal had meegemaakt. Dat een oude meneer uit Spanje dat weet over mij! Zo voelde ik me daar ook.

Kortom: vuurwerk zit in ons Feyenoord-DNA verweven. En stiekem vind ik het nog steeds prachtig. Het is heerlijk om de eerste halve minuut van PSV-thuis te moeten missen, omdat de kruitdampen te langzaam het stadion uitwaaien. De geur, de knallen. Het heeft iets Latijns, qua beleving. Het extra harde gezang eromheen. Het is een compleet plaatje. 

Molotov

Een plaatje waar MIchael van Praag vanaf wil. De bondsvoorzitter van de KNVB en UEFA-bestuurslid deed nog maar eens een duit in het zakje op Twitter, deze week. ‘En hierom willen wij van pyrotechnics af’, plaatste hij, verwijzend naar een onderzoek. Een onderzoek naar vuurwerk in stadions? Nee joh. Een onderzoek naar Oud en Nieuw 2013-2014, het aantal gewonden door vuurwerk op Oudejaarsavond. Vijf jaar geleden.

 

 

Van Praag ging nog verder. Hij voegde er, in reactie op een verontwaardigde reaguurder, een plaatje aan toe van de grote steekvlam, pal naast het uitvak van Ajax in Griekenland. Dat het toen om een molotovcocktail ging, was voor Van Praag op dat moment even totaal irrelevant. En hij is te naïef of te eigenwijs om het te verwijderen, dus zoek het zelf maar even op. 

Ik mag hopen dat ik niet eens uit hoef te leggen dat een molotovcocktail of een fakkelactie twee behoorlijk verschillende dingen zijn. En dat er in 2013 68 vingers zijn verdwenen rondom middernacht, zal ongetwijfeld. Maar in wat rechtvaardigt of steunt dat Van Praag’s lobby om pyrotechniek volledig uit te bannen? Alsof je autorijden gaat verbieden omdat er bij de Formule1 weleens een ongeluk gebeurt? De man maakt zichzelf compleet belachelijk.

Oud shirt 

Maar het idee ligt er wél, en daar wil ik een stokje voor steken. De pyro is onlosmakelijk verbonden met de volkssport voetbal. Niet 34 wedstrijden per jaar, dan wordt het ‘normaal’, terwijl het bijzonder moet zijn. Maar die vijf, zes keer dat de Kuip (of een uitvak) ons in vuur en vlam zet, maken voetbal tot wat het is. Maken supporter zijn tot wat het is. Die momenten geven ook in magere jaren nog wat kleur aan een seizoen. 

Van Praag maakt er liever een steriele aangelegenheid van. Dat is doodzonde.

 

Vroeger, toen ik 12 jaar was, mocht ik van mijn moeder geen nieuw Feyenoordshirt aan naar de Kuip. Om nieuwe brandgaten te voorkomen. Ik had altijd mijn oude shirtjes aan. Vol gaten, door sigaretten en fakkels. Dat was eigenlijk mijn oplossing, en die van mijn moeder. 

Dat die tijd voorbij is, is niet heel erg. Dat het nu verantwoorder en georganiseerder moet, soit. In een regeltjescultuur was dat te verwachten. Maar dat Van Praag nu een zelfgemaakte bom en de resultaten van een oudejaarsavond in 2013 erbij pakt om zijn gelijk te halen, gaat drie stappen te ver. Trek gewoon een oud shirt aan, Michael. 

– Rob.