Hoe PSV een studentenkamer sloopte

‘Doe verdomme eens normaal, man!’ Het waren de befaamde woorden die mijn buurvrouw op een koude decemberavond door de brievenbus van mijn studentenhuis in Tilburg schreeuwde. Maakte ik hier een wippie met een ex die veel te hard schreeuwde? Neen. Had ik de muziek veel te hard staan? Neen. Laat ik eens goed uitleggen wat zich zojuist had voltrokken.

Pak ‘m beet vijf minuten eerder stond ik namelijk nog van plezier te dansen door mijn veel te kleine studentenkamertje. De kopbal van Colin Kazim-Richards bracht Feyenoord op 3-3 in Eindhoven. Tegen een PSV dat al twee keer op achterstand was gekomen. Door het dolle heen was ik. Dat verdween toen Memphis – die toen nog wél Depay genoemd wilde worden – in de allerlaatste seconde toch nog 4-3 maakte.

Ravage

En hup daar vloog een complete boekenkast door de lucht. En van twee salontafeltjes van de Ikea was niets meer over. M’n zelfbeheersing was even een blokje om. Als iemand nu nog serieus aan me vraagt of ik die avond niet tegen m’n verlies kon, had dan even naar m’n arme buurvrouw gestapt. Die zat waarschijnlijk in alle rust een film te kijken toen ze zich plots in een sloperij waande.

Het is één van die verhalen die het nog altijd goed doet op verjaardagen. Ergens kon ik er namelijk wel de humor van inzien en ik stuurde een foto van de ravage de groepsapp in. Vrienden Johan, beter bekend als Jopie, en Marijn waren in één seconde hun ellendige uittrip naar Eindhoven vergeten en hebben naar verluidt de hele terugreis naar Rotterdam hun lach niet kunnen bedwingen.

Tien

Niettemin, die late tegengoal voedde mijn PSV-haat. Niemand begrijpt het, maar ik heb een grotere hekel aan PSV dan aan Ajax. Hoe dat komt? Tja, dan moeten we terug naar die zwarte zondag in 2010. Kansloos met 2-0 achter in de rust. Een rode kaart bovendien. Ik was maar gaan douchen. Toen ik terugkwam, zag ik de herhaling van nóg een goal. 3-0, dacht ik. Maar, het bleek de 6-0. Iedereen weet hoe het afliep. Het is de reden dat ik ieder jaar met veel plezier naar het Philips-stadion afreis. Ik wil er hoe dan ook bij zijn, om Feyenoord er met de volle buit te zien vertrekken. 

Mijn allereerste uitwedstrijd was dan ook tegen PSV. In het Guidetti-jaar. Zonder Guidetti dan, want die had met al geel op zak z’n shirt uitgetrokken tegen RKC. Zonder de Zweed maakte Feyenoord een 2-0 achterstand goed. Twee keer Guyon Fernandez. Het voelde als de ultieme wraak. Maar ook die verdween als sneeuw voor de zon. Labyad liet mijn hart in de allerlaatste seconde alsnog huilen. En daar ging dat verwende publiek weer: ‘Tien, tien, tien’.

Wraak

Die ultieme wraak kwam er. Eerst zag ik de opmaat naar het kampioenschap, gestart in Eindhoven door een droge knal van Eric Botteghin uit een hoekschop. En een paar maanden later, het was nota bene carnaval, trok Jeroen Zoet de bal over de eigen doellijn. Ik heb het me daarna altijd afgevraagd, maar ik weet het bijna zeker: zou er die middag een studentenkamer in Eindhoven in puin zijn gelegd? 

– Wesley.