Kutclub

Tegenstanders heb je in alle soorten en maten. Je kunt bij voorbaat kansloos zijn, de gedoodverfde favoriet, of werkelijk geen flauw idee hebben hoe het afloopt omdat je áltijd aan elkaar gewaagd bent. Met sommige van die tegenstanders bouw je een band op. De aartsrivaal, de angstgegner, de ‘wedstrijd op zich’. En soms gun je een bepaalde club gewoon alle ellende van de wereld.

Onze rivalen kennen we. Onze angstgegners helaas ook. Maar al te goed. En als Feyenoorders hebben we daarnaast te maken met een hoop clubjes die zich maar wat graag met ons zouden willen meten. Je hebt de Spartanen, die vanuit de Keuken Kampioen Divisie nog nét over hun Amsterdam-fetisj heen weten te schreeuwen dat ze “De club van Rotterdam” zijn. Je hebt dat sympathieke volksclubje uit Breda met die volle tribunes en die hoge bierconsumptie, dat ondanks dat ze hun handen doorgaans al vol hebben aan de buurman, ons het liefst tot aartsrivaal zou bombarderen. En je hebt die malle verongelijkte Tukkers, die we breed grijnzend hebben uitgezwaaid en voorlopig niet meer terug zullen zien, maar die zelf denken dat we nog elke zondag een kaarsje voor ze branden. En soms heb je een club met supporters waar je eigenlijk nooit wat van hoort, maar die je toch het liefst oneindige jeuk op dat ene plekje tussen je schouderbladen – waar je nét niet zelf bij kunt – zou gunnen.

Nep

Zondag spelen we tegen Heracles, de verschrikkelijkste kutclub van Nederland. Wacht, laat me uitpraten. Ja, Ajax haalt het bloed onder de nagels vandaan, maar hóe zoet smaakte die hattrick van Guidetti? Hoe hard hebben we Schøne uitgelachen, toen we hem ondanks al zijn debiele grootspraak toch een puntje voorbleven? Ajax geeft kleur aan onze competitie, kortom. Sparta dan? Traditieclub, stadsderby; ik hoop stiekem dat ze terugkomen. Twente? Vervelende fraudeurs die op de blaren moeten zitten en inderdaad ook best failliet mogen gaan, maar een club die op het tweede niveau nog meer dan 25.000 toeschouwers trekt, mogen we in dit land ook best een beetje koesteren.

Nee, dan Heracles. Het kaartennaaien van Weghorst en Fledderus. Dat verdomde plastic. Een clubje van nepgras en neppersoonlijkheden. Beide samengebald in erevoorzitter Jan Smit, die kruising tussen een Rotary Club-voorzitter en een sint-bernardshond. Altijd vriendelijk knikkend, lachend, aai over het bolletje, maar ondertussen persoonlijk verantwoordelijk voor de kwaadaardige tumor die zich vanaf 2003 razendsnel door onze mooiste volkssport verspreidde. In 2013 sprak Smit nog de profetische woorden: ‘Over tien jaar spelen alle profclubs in Nederland op kunstgras’. En toen vorig jaar zelfs clubs als Almere City wakker begonnen te worden, bleef Smitje stellig: ‘Kunstgras heeft de toekomst’.

Stoplichten

Daar doet Heracles – ook zonder Loebas – zelf in ieder geval alles aan, bleek deze week. Want ze stappen in Almelo, vooral bekend vanwege z’n stoplichten, nog liever naar de hoogste rechter dan dat ze voetbal gaan spelen zoals het bedoeld is. Eigenhandig blokkeren ze vooralsnog het kunstgrasverbod – waar ze tot voor kort overigens, in tegenstelling tot de rest van Nederland, nog niets vanaf wisten. Ik weet niet wat sponsor en kunstgrasfabrikant TenCate precies betaalt, maar je zou gaan vermoeden dat ze er Cristiano Ronaldo prima van konden binnenhalen. Al zou die toch niet vanzelfsprekend in de basis staan bij de huidige trainer.

Toen John Goossens in 2012 door het ‘brutaaltje’ van Feyenoord TV werd gevraagd wat hij de vervelendste club van Nederland vond, kreeg hij een hoop verbaasde reacties op zijn antwoord. Maar hij had gelijk. Die zwart-witte korrelsnuivers maken al jaren de innerlijke Sjaak Swart in  me los. Het is dat ze figurantje mochten spelen bij de apotheose van de eeuw, anders kon ik níets goeds aan ze opnoemen.

Waar clubs als Sparta, Twente en NAC nog kunnen bogen op jaren van traditie, volle stadions of een mooie rivaliteit, is Heracles simpelweg niets. Geen cult, geen veld, geen karakter, geen club. Laat ze lekker degraderen. En nog eens. En nog eens. Totdat alle stoplichten in Almelo voor altijd op rood staan.

– Freek.