Wouter Burger leeft mijn droom

Mijn Feyenoord-hart maakte donderdagavond, tijdens de bekerwedstrijd tegen Gemert, sprongetjes. Iedere keer wanneer ik de naam Wouter Burger hoorde of het gezicht van de piepjonge middenvelder zag, gebeurde dat. 

Ik was niet de enige, zo bleek. Het uitvak stemde massaal in met een invalbeurt voor de publiekslieveling, getuige de overkill aan liedjes voor Burger. ‘We love you Burger, we do’, ‘We willen Bloed, Zweet en Wouter!’ en ‘Wouter moet een liedje zingen, hi ha ho’. Tijdens het warmlopen zong Burger zelfs ‘Mijn Feyenoord’ uit volle borst mee. Wouter Burger heeft, nog voor hij ook maar één volle wedstrijd heeft gespeeld, alle harten van de Feyenoord-supporters veroverd. 

Snoekduik

Vroeger, toen ik nog droomde van een debuut in een Feyenoordshirt, beeldde ik me altijd in hoe ik na een winnend doelpunt tegen Ajax met de supporters liedjes zou zingen tot het maandag werd. Hoe ik met de tanden op elkaar en een gebalde vuist de harde kern voor me zou winnen zoals later Guidetti dat deed. En hoe ik na een titel een metersdiepe snoekduik van het bordes aan de Coolsingel zou maken en door een menigte uitgelaten Feyenoorders crowdsurfend richting de fontein zou worden gedragen.

Baas

Zoals iedereen weet, is mijn droom nooit uitgekomen. Ik kapte al met voetballen toen ik veertien was. Maar, Woutertje Burger uit Zuid-Beijerland, geboren in 2001, leeft mijn droom. En die van alle 45.000 Kuip-gangers. Iedereen gunt het ‘m. Want Wouter is een enorme baas. Een echte Feyenoorder, bovendien. Kijk het filmpje op YouTube met RTL-verslaggever Simon Zijlemans maar terug. ‘Je staat er mee naar op en je gaat er mee naar bed’, zegt hij over zijn liefde voor Feyenoord. ‘Het klinkt allemaal wel mooi, maar het is ook echt zo!’

De volgers van Feyenoord weten al jarenlang dat Wouter – wij mogen Wouter zeggen – eraan komt. Vooral afgelopen seizoen kwam zijn klasse, bij de onder 19, bovendrijven. Als zestienjarig pikkie speelde hij met dat boomlange, maar tengere lijf de sterren van de hemel in onder meer de UEFA Youth League en de gewonnen bekerfinale tegen de leeftijdsgenoten van PSV. In interviews stak hij zijn liefde voor Feyenoord nooit onder stoelen en banken. En overwinningen vierde hij het liefst met de aanhang. Het liefst met een Feyenoordvlag om z’n middel en een fakkel in zijn rechterhand. 

Kokosnoten

Even een doemscenario. Wat nu als Wouter straks een totale flop blijkt te zijn? Dat hij toch een slome houten klaas op het middenveld is en de torenhoge verwachtingen niet waar kan maken? Dan wil ik hierbij met alle 45.000 Kuipgangers afspreken dat we hem niet uit de Kuip verjagen zoals dat bij Jerson Cabral of Jean-Paul Boetiüs gebeurde. Dat we hem, zelfs als hij vier keer voor open doel mist, nog steeds toezingen met de meest ludieke liedjes. 

Want, hèhè. Het heeft een paar jaar geduurd. Maar, er stromen eindelijk weer échte Feyenoorders door vanuit onze jeugdopleiding. Want vergeet ook niet Justin Bijlow, onze keeper die na het kampioenschap samen met Dirk Kuyt het ‘Hand in Hand’ springend stond te zingen met een fakkel in z’n hand. Later tatoeëerde hij de schaal op z’n been. Laat deze nieuwe helden maar zien aan al die kokosnoten – van Jonathan de Guzman tot aan Leroy Fer en van Joshua Zirkzee tot aan Karim Rekik – dat er helemaal niets boven Feyenoord gaat. 

– Wesley.