Haat/liefde

Niemand kan deze club haten zoals wij. In de Kein Geloel-app werd donderdagavond gevloekt en getierd. De felrode waas voor de ogen scheen door in elke getikte letter. Maar Rob was tussen alle verwensingen door vlijmscherp: ‘Niemand kan deze club haten zoals wij’.

Het is echt zo. In het stadion, bij de koffieautomaat, op social media; daar waar toevallig twee Feyenoorders over hun club in gesprek raken, is het bijna altijd gezeik. Gio is een tactisch ondermaatse kuttrainer. Van Persie? Die is nooit meer fit te krijgen, net als Jørgensen trouwens. Vente? Veel te klein om in het profvoetbal te slagen. Sinisterra? We hebben ‘m nog geen minuut gezien, maar hij zal ongetwijfeld klompvoeten hebben. En scheel kijken. En speel je tegen een nietig ploegje uit Slowakije, met een begroting drie keer kleiner dan die van FC Emmen? We zullen er wel weer kansloos met 4-0 worden weggetikt.

Medaille met twee kanten

Het is de schaduwzijde van de medaille, die onherroepelijk aan het supporterschap van Feyenoord hangt. Maar des te meer glanst die andere kant. Die blinkt al goud van ongekende trots en euforie als er met wat geluk een opgevoerde vriendschappelijke wedstrijd in Eindhoven wordt gewonnen. Dan is Van Bronckhorst de trainer van vijf prijzen, is Van Persie het ultieme boegbeeld en is Vente hard op weg hem achterna te gaan. We worden kampioen!

Maar al net zo intens kunnen we de club dus haten. Het eindeloze geëmmer over nieuwe stadions met fan experience sustainability managers (of zoiets). Trainingen die inmiddels zó besloten zijn, dat zelfs Gio de spelersgroep niet meer te zien krijgt. Of zo lijkt het althans, als je je zo omver laat walsen door bankzitters van RKC, NEC en ADO met een tactiek die ze nog net niet op hun voorhoofd hadden geschreven. Vier je als supporter op unieke wijze dat je club 110 jaar bestaat? Pas op dat er niet per ongeluk een aansteker op je foto’s te zien is, anders wil Feyenoord er niets mee te maken hebben.

Niet te begrijpen

Boeken zijn er volgeschreven over de band tussen Feyenoord en haar Legioen, en kranten- en tijdschriftkolommen nog veel meer. Maar eigenlijk gaat het te vaak over die onvoorwaardelijke steun. Het tot de nok gevulde stadion tegen VVV, na het (tot donderdag?) gênantste moment uit de clubgeschiedenis. Over mensen die tatoeages zetten, naakt in fonteinen springen of hun kinderen naar spelers vernoemen. Als die mensen dan beginnen te vertellen over het vele ‘lijden’ achter hun clubliefde, wordt er vaak een beetje meewarig gekeken. ‘Ze zwelgen erin’. ‘Wat een zelfmedelijden’.

Het is voor de buitenwereld ook niet te begrijpen, maar het is zo: zelfs de Euroshopper Roelvinkjes in vak 410 hebben niet zó’n hekel aan Feyenoord als dat wij dat bij vlagen kunnen. Diepe schaamte voor het logo dat op je shirt staat, aan je sleutelhanger hangt en in je hart gebrand is. Laatst werd me op een verjaardag door een PSV’er uitgelegd dat supporters van zijn club net zo veel clubliefde voelen als wij. Zou kunnen, maar het is onmogelijk dat ze evenveel van hun eigen club kunnen walgen.

En dus voelen ze die liefde eigenlijk ook niet écht. Want zo clichématig als het klinkt, zo waar is het; die diepe dalen maken de pieken alleen maar hoger. Er schijnt een Russisch gezegde te zijn dat iets betekent als: ‘Om je vijanden kun je lachen, maar alleen je geliefde laat je huilen’. Avonden als donderdag; ze bevestigen alleen maar die bizarre, onbreekbare band.

Wonder

Het zou Feyenoord sieren als ze er wat minder misbruik van zou maken. Zie die supporters die steeds weer felle kritiek uiten niet als vijanden. Haal hun spandoeken niet weg; juist in die felheid schuilt de grootste liefde. Word niet gemakzuchtig van het feit dat het stadion toch wel volloopt; juist omdat wij na een slecht seizoen niet wegblijven, worden we minder verwend, gaat de ticketprijs omhoog en is nu ook de eerste Europese thuiswedstrijd van de seizoenkaart afgehaald. Als ze dat in Eindhoven of Amsterdam proberen, stopt de kassa met rinkelen.

Feyenoord, je bent de allermooiste rotclub die er is. Maar omarm je rotsupporters dan ook wat meer. Deze unieke liefde verdient het om wat vaker beantwoord te worden. Te beginnen volgende week donderdag, wanneer die elf op het veld hun twaalfde man meer nodig hebben dan ooit. Gooi die poorten open. Gemiste recettes verdien je driedubbel terug als we met dank aan een kolkende Kuip de groepsfase halen. Daar is een wonder voor nodig, ik weet het. Maar het Legioen zal er gewoon weer zitten. Dat is, goed beschouwd, soms al een wonder op zich.

– Freek.