Kuyt mag een voorbeeld nemen aan Elia

Haast op Gordon-achtige wijze deelde Dirk Kuyt afgelopen week in z’n nieuwe boek wat sneren uit. Niet bepaald chique om over interne en zelfs beleidstechnische zaken te praten waardoor anderen – Van Geel, Van Bronckhorst, Achahbar, Boëtius – er minder goed op komen te staan. Dirk blijft de held van 14 mei, van de bevrijding, van het ultieme geluk. Laat dat duidelijk zijn. Maar alles lijkt om hem te moeten draaien. Mag het een onsje minder? Neem eens een voorbeeld aan Eljero Elia.

Achtergrond

Elia verdween na het kampioensfeest zo’n beetje letterlijk naar de achtergrond. Grote interviews bij RTL Late Night? Niet voor Elia. Een documentaire met z’n vrouw en kinderen in teken van het kampioenschap? Niet voor Elia. Een boek waarin het woord ‘ik’ vaker voorkomt dan de lidwoorden ‘de’, ‘het’ of ‘een’? Niet voor Elia. Nee, de rappe aanvaller koos voor een relatief anoniem bestaan – en een zak geld, jaja – in Istanboel bij Istanbul Basaksehir. Alleen op Twitter en Instagram kreeg je nog iets mee van de inmiddels weer opgeroepen international. Nam hij het op voor gasten als Bilal Basacikoglu of Steven Berghuis.

Bijrol

Zo populair als Kuyt was Elia nooit in Rotterdam-Zuid. Sterker: een paar maanden na zijn komst, tijdens een koude novemberwedstrijd in de Kuip, werd hij door plukjes mensen uitgefloten. Door de eigen supporters, hè? Onbegrijpelijk. Dan keek ik om mee heen en verbaasde ik me erover dat deze pure baltovenaar steeds de kop van jut was bij een deel van het publiek. We hebben het verdorie over een WK-finalist.

‘Don Elli’ liet zich niet van z’n stuk brengen. Anderhalf jaar later stond ‘ie met de schaal in handen – die met die gouden lettertjes. Dat beeld ken je vast ook nog wel. Dat ‘ie z’n tanden bloot lachte in het zilverwerk. Liefde op het eerste gezicht. Een stuk populairder dan het jaar ervoor, maar nog altijd speelde hij slechts een bijrol in het Hollywood-achtige verhaal van hoofdrolspeler Kuyt.

Jonkies

Afgelopen seizoen hoorde ik om me heen continu dat we Kuyt misten. En natuurlijk had de voormalig aanvoerder een geweldige invloed in de kleedkamer. Maar, vergeet Elia niet. Zijn band met de jonkies was enorm, zo bleek ook afgelopen week in een interview met internetzender FunX: ,,Ik was één van de oudere jongens, dus ik moest de jonkies rustig houden”, vertelde hij met een hagelwitte glimlach voor de camera. ,,Soms moest je die wilde jongens even op hun plek zetten, of zelfs even een ‘kleine’ geven. Tijdens wedstrijden zette ik ze op scherp. Dan zei ik: ‘Hé, maak hem kapot, man. Wie is hij?!’”

1908

Verliefd ben ik op die teksten. Hij beschreef even later ook in louter mooie bewoording zijn relatie met trainer Giovanni van Bronckhorst. Zo kan het dus ook, Dirk. Ze zullen ooit vast een gouden standbeeld van de Katwijker maken en die pontificaal bij de (nieuwe) Kuip zetten. Niks mis mee, helemaal verdiend. Maar ik hoop dat Elia op dat moment in de luwte op sportpark 1908 een clubje jeugdspelers aan het trainen is. En dat je hem dan over een heel veld die jonkies hoort aanmoedigen: ,,Bro, maak hem kapot, man! Wie is hij?!’’

– Wesley.